ERVARING/Juf Martine (Terug
naar Ervaringen)
Vrijwilligerswerk binnenland
Suriname
Nieuw-Aurora
Op 4 juni 2005 ben ik naar Suriname gevlogen om vervolgens
op 9 juni door te reizen naar het binnenland. Op 9 juni ga ik met een
groep toeristen over de lange bauxietweg en het water naar Isadou,
waar we overnachten in traditionele hutjes (maar wel met bed). De
volgende dag maken we een wandeling via Gunsi, die uit komt in Nieuw-Aurora.
Gelukkig brengt de bootsman mijn spullen naar de bestemming. De toeristen
die mee gaan zijn nog nieuwsgieriger als ik naar mijn verblijf met
omgeving.

Om 13.00 uur is het dan zover we maken kennis met de directeur,
meneer van Dalen, bij de school. Vervolgens lopen we naar mijn tijdelijke
huis waar mijn spullen al op mij wachten.
Als de toeristen gaan krijg ik een korte uitleg over huisje, toilet
en baden. Ten opzichte van een aantal andere bewoners erg luxe. Ik
heb een soort van toilethokje en badhokje, waar ook familie van Dalen
gebruik van maakt. Daarna volgt de kennismaking met het eten, is
goed te doen: rijst met tayerblad. 's Avonds heerlijk in een bed
slapen. In het 1ste weekend spullen uitpakken en dorp verkenning.
En niet te vergeten voorgesteld worden aan de gemeenschap in de kerk.
Op maandag 13 juni is het dan zover, ik ga naar de
J. Arabieschool
in Nieuw Aurora.
De school telt ongeveer 300 kinderen en de schooltijden zijn van
8.00-10.30 en 11.00-13.00u. Elke schooldag begint met de vlaggenparade,
waarbij het Surinaamse volkslied gezongen wordt en de vlag gehesen.
Het is wel even wennen om op school in plaats van Nederlands toch
voornamelijk Saramacaans te horen.
Voor de meeste kinderen is het Nederlands ook moeilijk, ze spreken
het liever niet. De klassen zijn erg groot, waardoor discipline een
moeilijk begrip lijkt in de meeste klassen. Een grote uitdaging voor
mij om hier een paar maanden les te geven...
Na een paar dagen mee gekeken te hebben ga ik les geven in de 2e
klas die uit 45 kinderen bestaat. Omdat ze nu een Nederlandse juf
hebben die geen Saramaccaans verstaat, moeten ze wel Nederlands praten
en dat lukt ze ook wel een beetje na wat oefenen. Ook geef ik les
aan de hogere klas, klas 5, deze kinderen spreken beter Nederlands.
Het valt me op dat ze wel Nederlands begrijpen maar het niet zo goed
spreken.
Na een tijdje kom ik erachter dat een aantal leerkrachten maar een
opleiding van 1 jaar heeft gehad om in het binnenland les te gaan
geven, dit door het tekort aan leerkrachten daar. Nu is er wel een
deel verklaring waarom een aantal mensen toch wat moeite heeft met
pedagogiek en didactiek. Een deel van de mensen wil wel maar vinden
het moeilijk, maar een deel van de mensen wil niet maar kan wel.
De mensen in het dorp kennen mij na een paar weekjes wel ongeveer
allemaal en we doen beide een poging tot communiceren, in combinatie
Nederlands-Saramacaans. Ook mijn buren proberen mij het Saramacaans
wat bij te brengen.

Alle kinderen vinden het leuk om de juf een bezoekje te brengen,
en eigenlijk blijven ze het liefst dan ook de hele dag. Dus een keer
vragen of ze weer naar huis gaan, is niet onfatsoenlijk.
Na ongeveer een maand in Nieuw Aurora ga ik met een goed gevoel
naar de stad. Ik heb gezien aan welke schoolmaterialen er dringend
behoefte is, dus kan ik deze gaan kopen. De materialen kan ik aanschaffen
doordat ik in Nederland op de Hapse basisschool, waar ik normaalgesproken
lesgeef, met de kinderen geld ingezameld heb. In de stad aangekomen
ga ik op zoek naar de etuis, pennen, potloden, vegers (gummen), slijpers
en schriften. Dit is redelijk te doen, zolang je met veel bagage
maar een taxi neemt.
Vijf dagen later keer ik moe maar voldaan terug naar Nieuw-Aurora.
Met nieuwe doelen voor ogen: zorgen dat de materialen op een goede
manier bij de kinderen komen en observeren van leerkrachten en kinderen.
De directeur vindt zeker dit laatste een prima idee, want hij vindt
het belangrijk dat er goed gekeken wordt naar de kwaliteit van het
onderwijs.
De kinderen die bij mij in de buurt wonen vinden het geweldig om
mee te helpen met het uitpakken van de spullen en zorgen dat ze goed
bij elkaar komen. Voor elk kind komt er een etui met naam erop met
daarin pen, potlood, veger en slijper, zodat de kinderen niet meer
de hele dag door de klas lopen om te lenen van elkaar. Als dat klaar
is begin ik met het schrijven van namen op schriften, volgend schooljaar
krijgt ieder kind 3 schriften. Normaal gesproken moeten ze deze zelf
kopen, waardoor een deel van de kinderen geen fatsoenlijk schrift
heeft.
Als de etuis uitgedeeld worden kun je aan ongeveer de helft van
de kinderen zien dat ze blij zijn, aan de andere helft van de kinderen
zie je dat ze zich ernstig (netjes) horen te houden.
Bij terugkomst in het binnenland kom ik er ook achter wat leven
zonder stroom is, de diesel is op dus hebben we 's avonds van half
8 tot ongeveer 11 geen stroom. Een olielampje is het licht, dus meestal
redelijk vroeg slapen.
De periode die volgt bestaat uit veel observeren en dus veel schrijven.
De leerkrachten zijn wel benieuwd naar wat ik allemaal schrijf, dus
ik vertel ze dat er nog een algemene vergadering over gaat komen.
In die vergadering wil ik de meest opvallende punten aanbod laten
komen, die eigenlijk verandering behoeven. De positieve punten vertel
ik aan de leerkrachten zelf, omdat deze te verschillende zijn.
De zaken die opvallen zijn vooral terug te leiden aan didactiek
en pedagogiek, maar een deel ook aan de instelling van leerkrachten.
Een aantal punten:
- er wordt weinig Nederlands, dus veel Saramacaans gesproken
- veel kinderen blijven 2 of 3 keer zitten in één
klas, de kinderen worden bestempeld als lui, maar deze kinderen
vinden de stof erg moeilijk en worden daarbij niet geholpen
- leerkrachten proberen hun lestijd zo kort mogelijk te maken,
later beginnen, onder schooltijd even bellen of brief wegbrengen
en ook een praatje maken gebeurt onder school
Samengevat zijn dit de belangrijkste punten die mij opvielen, er
zijn er natuurlijk veel meer in vergelijking met onderwijs in Nederland.
De laatste 2 weken heb ik aandacht besteedt aan de kinderen in de
2de klas die nauwelijks konden lezen, deze kinderen moeten blijven
zitten maar kunnen zelfs de stof begin 2de klas niet goed meedoen.
Dit heb ik als leuk en zinvol ervaren. Mede door de grote klassen
is dit natuurlijk erg moeilijk te realiseren normaal gesproken.
De laatste dagen heb ik afscheid genomen van de vriendelijke, lieve
en enthousiaste kinderen en zeker ook van de dorpsbewoners. Dat veel
mensen mij kwamen omhelzen, spullen kwamen brengen en uitzwaaien
betekende voor mij dat ik dankbaar werk had gedaan.
^ Top
|